Donderdag 2 april 2026 om 20:00u in Cinema Lumière Brugge
1965 | FR | 99 minuten | Sci-fi, Detective | Nederlands ondertiteld
Regie: Jean-Luc Godard
Cast: Eddy Constantine, Anna Karina, Akim Tamiroff
Toen Jean-Luc Godards Alphaville in 1965 het New York Film Festival opende, raakte het publiek verward door de plotselinge wisselingen in toon: van satirisch futurisme en een parodie op privédetectives tot een romantische allegorie over een door computers bestuurde samenleving die kunstenaars, denkers en geliefden onderdrukt.
Alphaville is sciencefiction zonder speciale effecten. Godard gebruikte het Parijs van de jaren ’60 als decor, vooral de koude, onpersoonlijke architectuur. De film speelt zich vooral ’s nachts of binnenshuis af, maar de beelden en camerabewegingen geven een bevrijdend gevoel, dankzij Godards talent om iconische filmmomenten op te roepen.
De film was nooit bedoeld om te schokken, maar om te laten nadenken. Het is het werk van één man, niet van een comité. De computerbestuurde schurken lijken op de winstgedreven types uit de filmindustrie. Om Alphaville te begrijpen, moet je Godard begrijpen – en omgekeerd.
Anna Karina, Godards muze en grote liefde, speelt Natasha Vonbraun, dochter van een professor met een naam die Tolstoj en nazi-wetenschap combineert. De film zit vol verwijzingen naar andere werken: van Welles’ Mr. Arkadin en stripfiguren als Dick Tracy tot de pillen uit RoGoPag, die de bevolking rustig houden.
Het meest ontroerende moment? Wanneer Eddie Constantine, als een vermoeide held, aanvaardt dat hij een legende zal worden. En wanneer hij op de vraag “Wat verandert duisternis in licht?” antwoordt: “Poëzie.” Dat een ruwe detective zoiets diepzinnigs zegt, toont Godards genialiteit: hij verbindt stripverhalen, liefde en filosofie in één beeld.
Je hoeft geen Fransman te zijn om van Alphaville te genieten. Maar je moet wel van films houden die serieus en speels tegelijk zijn.
De film wordt ingeleid door Kristof Michiels (DJ 4T4).